• Marnix

Hechting (3 van 7) - Hoe geven en ontvangen helpt bij hechting.

Bijgewerkt op: 20 nov. 2021

"In één ding had mijn moeder gelijk: ik was ongewenst en dat zou ook nooit gaan veranderen..." verzucht de buurvrouw van Jort en Marjo. Dat klinkt niet zo hoopvol, maar in dit artikel lees je haar hele verhaal en zal je zien hoe Jort en Marjo haar konden helpen ook al zijn ze helemaal geen dokters of psychologen.

In het vorige artikel werd verteld hoe de vier hechtingsstijlen (de verschillende manieren waarop mensen zich opstellen in relaties) te maken hebben met het beeld van je zelf en het beeld dat je hebt van de ander. Simpel gezegd: ieder mens heeft een bepaald zelfbeeld of hij oké is of niet oké (of ergens er tussenin natuurlijk). En ieder mens heeft over anderen de indruk of die persoon oké is of niet oké. En die twee beelden samen (van je zelf en de ander) bepalen in hoge mate hoe je een relatie invult.


In de serie over geven en ontvangen (hier vind je het eerste artikel uit die serie) stonden we uitgebreid stil bij het feit dat door geven en ontvangen een relatie vorm krijgt. Mensen worden zichtbaar door te geven en iemand die ontvangt kan zich gezien voelen. Door dat wederzijds zien en gezien worden krijgt de relatie vorm.

Hechting én geven/ontvangen zijn dus beiden belangrijk voor relaties. Beide onderwerpen hebben dan ook veel met elkaar te maken. Daar staan we in dit artikel bij stil. Je krijgt er denkstof mee aangereikt om toe te passen in je huidige relaties.


Het artikel kijkt vanuit beide richtingen:

  • Welke bijdrage geven en ontvangen hebben bij de vorming van een hechtingsstijl;

  • Welke impact een hechtingsstijl heeft op geven en ontvangen.


Aan het einde van het artikel lees je een brief van de buurvrouw van Jort en Marjo waarbij je in de praktijk van het leven kunt zien hoe krachtig geven en ontvangen in het échte leven zijn en welke uitwerking dit op hechting heeft.


Hoe gehechtheid ontstaat

Om kort terug te grijpen op de eerdere artikelen in deze serie: de relatie tussen ouder en kind is vanaf het allereerste moment interactief. Als de moeder (of vader) zich sensitief (zien wat het kind nodig heeft) en responsief (een passend antwoord geven op de behoefte van het kind) naar het kind opstelt, ontstaat er voor het kind de mogelijkheid een lange reeks positieve hechtingservaringen op te doen. Het kind leert dat het zin heeft om zich te uiten, merkt dat de ouder hem ziet en in zijn behoefte voorziet en leert hoe actie en reactie bij elkaar horen. Meer veralgemeniseerd leert het kind hoe relaties er uit kunnen zien:

  1. voor het bieden van hulp (in geval van nood);

  2. voor ontwikkelen;

  3. voor de onverwoestbare overtuiging dat het kind er mag zijn en er toe doet.

Voor alle drie punten is vertrouwen nodig in de ander.


In het volgende schema is weergegeven hoe dit er eenvoudig weergegeven aan toe gaat. De sensitiviteit (bij nummer 2) gaat er over of de moeder ziet wat het kind werkelijk nodig heeft waarna ze komt tot een actie (bij nummer 3). Pas door die actie ziet/merkt het kind (bij nummer 4) dat de behoefte überhaupt gezien is door de moeder.

Het schema laat nog iets anders zien wat belangrijk is: het beeld van de ander dat beiden hebben in hun hoofd. Dat beeld wordt gevormd door de interactie tussen moeder en kind én het bepaalt tegelijkertijd ook de nieuwe interacties. Hier zie je dus ook de kern terugkomen die in de inleiding al genoemd werd: bij hechting gaat het over je zelfbeeld én het beeld van de ander (die laatste is ook getekend).


In dit schema is duidelijk dat het dus gaat om iets in het hoofd van ouder en kind én iets tussen ouder en kind. Over het 'in' ging het vorige artikel waarin we stilstonden bij hechting en het zelfbeeld/beeld van de ander. In dit artikel kijken we naar wat er tussen ouder en kind plaatsvindt waarbij het gaat over geven en ontvangen.

Zoals eerder al gezegd: we kijken vanuit beide richtingen: eerst hoe geven en ontvangen van invloed zijn op de ontwikkeling van een hechtingsstijl. Daarna omgekeerd: hoe een hechtingsstijl van invloed is op geven en ontvangen.


De invloed van geven en ontvangen op de ontwikkeling van hechting

Geven en ontvangen zijn tussen ouder en kind letterlijk van levensbelang, met name voor het kind. In de serie over geven en ontvangen stonden we er bij stil hoe een kind al geeft vanaf de eerste dag van het bestaan, zelfs al voor de geboorte. De ouders worden ouder door het kind, er komt een enorme verwachting in het leven van de ouders en door te bestaan maakt het kind aanspraak op zorg door de ouders. Tegelijkertijd geven de ouders nog meer aan het kind: zeer veel aandacht en tijd, de ruimte die ze eerst met z'n tweetjes hadden etc. worden opgeofferd voor de zorg aan het kind. Die bijzondere band tussen ouders en kind is voor het kind in de eerste periode van het leven van levensbelang. Er wordt in die periode al vaak en veel gegeven en ontvangen. Door die band met de ouders leert het kind over verbondenheid en relaties.

Soms is haast niet te zien wie nu geeft en wie nu ontvangt en dat is juist het mooie aan een goede relatie. Als een klein kind voor het eerst een tekening aan de moeder geeft, ontvangt de moeder niet alleen, maar het kind eveneens: het feit dat de moeder haar kind écht ziet maakt dat het kind ook ontvangt.


Bij geven en ontvangen is passend geven van groot belang. Passend geven gaat om het afgestemd zijn op wat de ander wil ontvangen en wat jij kunt/wilt geven. Door passend te geven aan het kind ontstaat bij dat kind een positief beeld van de ontvanger én een positief beeld over zichzelf. Het is van belang daar even bij stil te staan omdat het de waarde van passend geven nog duidelijker maakt.


Aanhakend bij het schema dat je in de paragraaf hierboven vond: hoe kan de moeder passend geven aan haar kind? Daarvoor is het van belang dat ze ten eerste kan bedenken wat het kind nodig heeft (dat doet ze op basis van een beeld van het kind in haar hoofd en op basis van algemene kennis over verzorging). Ten tweede is van belang dat ze opmerkt en begrijpt wat het kind laat zien aan behoeften en verlangens.

Een voorbeeld (met tussendoor commentaar in een andere kleur): Yanne (3 jaar jong) zit te kleuren. Haar moeder Ria komt bij haar zitten. Ze kijkt naar de tekening. Yanne kijkt naar haar moeder en ziet haar kijken. Er is op dat moment nog niets gezegd. Maar wat gebeurt er in hun brein intussen? Alleen al door aandacht te tonen geeft de moeder aan het kind ('ik zie je'). En alleen al door dat te zien geeft het kind de moeder ('ik zie dat je me ziet'). Yanne pakt een potlood zonder punt en geeft hem aan haar moeder: "Deze doet het niet, wil je hem maken?" vraagt ze. Ria kan nu op allerlei manieren reageren op deze vraag. We bekijken er een paar met daarbij de invloed op wat Yanne leert.

  • Ria zegt: "Heb je die kapot gemaakt? Je hebt hem zeker laten vallen, dat heb ik al zo vaak gezegd dat je dat niet moet doen", waarna ze zuchtend het potlood gaat slijpen. Feitelijk krijgt Yanne wat ze vraagt: een geslepen potlood, maar er wordt ook schuld gecommuniceerd en door haar zuchten krijgt Yanne het gevoel dat ze iets groots van haar moeder krijgt. Het is maar de vraag of ze een volgende keer weer zo iets 'groots' van haar moeder te vragen waarbij ze ook nog het risico loopt vermaand te worden.

  • Of Ria zegt: "Ah, ik zie het. Die doet het niet meer. Kom, ik zal je laten zien hoe ik hem slijp, dan kun je het over een tijdje ook zelf doen, ik vind dat je daar al groot genoeg voor bent!", waarna ze Yanne haar eerste lesje puntenslijpen geeft. Hierbij krijgt Yanne een positieve feedback: ze vroeg hulp en kennelijk mag dat. Yanne krijgt nog iets ongevraagds: een lesje in puntenslijpen, waarbij haar moeder haar communiceert: ik zie jou als een dochter die groot genoeg is om dit nu te leren en ik zie een toekomst voor me waarin jij dit zelf kunt doen. Hulp bieden én helpen bij ontwikkeling horen beiden bij de ontwikkeling van een veilige gehechtheid.

  • Of Ria zegt: "Wat een prutpotloden. Daar kun jij nooit mooi mee kleuren! Kijk eens hoe slordig die kleurplaat er uit ziet. Kom, we gaan naar de winkel een nieuwe doos kopen," waarna ze met Yanne naar een winkel gaat om een dure doos Bruynzeel potloden te kopen. "Voorzichtig hoor, ze mogen niet vallen, want deze zijn duur!" zegt ze tegen Yanne, waarna Ria bijna de hele kleurplaat als voorbeeld vol kleurt. Het is maar de vraag of dit Yanne het gevoel geeft dat ze passende hulp krijgt bij haar vraag. Want weliswaar heeft ze nu een grote doos potloden, maar die mogen niet vallen want ze waren duur. Durft ze hier nog wel mee te kleuren? Haar echte vraag was veel kleiner dan het antwoord dat haar moeder gaf. Yanne krijgt het beeld van haar moeder dat zij een 'supermama' is die alles beter kan dan zij en dat haar eigen werk weinig voorstelt.

Er is niet slechts één algemene goede manier van reageren. Juist de interactie met het kind (op basis van het beeld van het kind dat de moeder in haar hoofd heeft én op basis van wat het kind op dat moment laat zien) bepalen wat een passende manier van geven is. Passend geven is maatwerk.

Passend geven is maatwerk

Niet alleen het zelfbeeld van het kind en het beeld dat het kind van anderen heeft worden beïnvloed door passend geven, óók voor de ouder zelf geldt dat.

Als een ouder passend kan geven aan een kind doet dat ook iets met het beeld van de ouder zelf. De ouder krijgt daarmee de boodschap: ik ben in staat passend te geven, ik kan ouder zijn, mijn kind vindt mij waardevol genoeg om mij hulp te vragen, ik ben een kennisbron/ontwikkelhulp voor mijn kind.


Ongezien geven (geven wat de beoogde ontvanger niet ziet) kan ook van grote invloed zijn op de ontwikkeling van het zelfbeeld/beeld van de ander door het kind. Als een kind zorgt voor een ander kind in het gezin, of het kind moet langdurig bijzondere zorg geven in het gezin (bijvoorbeeld vanwege ziekte van een ouder) is het van belang dat dat geven gezien wordt. Al heb je het voor je gevoel misschien al tien keer gezegd, blijf bijvoorbeeld zeggen: "Jij hebt vandaag goed geholpen. Het is naar hé dat mama zo ziek is. Ik zou je graag vertellen wanneer het voorbij is, maar dat weten we allemaal niet, maar ik zie wel dat jij heel goed helpt met wat jij kunt doen en daar zijn papa en mama heel blij mee. Als mama weer beter is, is dat gelukkig niet meer nodig en heb jij meer tijd om te spelen." Als dat niet gebeurt kan het kind qua zelfbeeld en beeld van de ander de boodschap krijgen: "Het doet er niet toe hoe jij er zelf aan toe bent, jouw taak is: geven geven geven."

Er is weinig fantasie voor nodig om te beseffen dat dat op latere leeftijd een grote invloed kan hebben op hoe die persoon zich opstelt in relaties.


Hoe de hechtingsstijl geven en ontvangen beïnvloedt

Nu bekijken we hechting en geven/ontvangen vanuit de andere richting. Ons geven en ontvangen wordt ook door onze hechtingsstijl beïnvloed. Als er sprake is van een veilige hechting tussen ouder en kind, durft het kind te geven en te ontvangen. Als er echter sprake is van een onveilige gehechtheid kan het geven en ontvangen verstoord raken.

Een voorbeeld: Johny (14) woont bij zijn moeder. Zijn ouders hebben tijdens zijn jonge jeugd vaak ruzie gehad en zijn gescheiden toen hij 10 was. Johny heeft geleerd vooral voor zichzelf te zorgen en dat hij de minste problemen had als hij bij zijn ouders uit de buurt bleef. Johnny's hechtingsstijl is gebaseerd op het beeld 'ik ben oké, jij niet'.

Zijn moeder loopt er tegenaan dat ze (nu het rustiger is in huis) met zeer grote moeite iets aan hem kan geven. Meestal lopen al haar pogingen om iets te geven stuk op ongeïnteresseerdheid en afwijzing door Johny. Als ze op enig moment na een ongeluk een tijd niet mag lopen, neemt Johny weliswaar zorg over in huis, maar hij wil dat uitsluitend op zijn manier doen en liefst met zo min mogelijk interactie met zijn moeder. Zijn geven (zorg voor moeder) wordt weer niet gezien, omdat zijn moeder met name irritatie toont over het feit dat hij het op zijn eigen manier doet en niet naar haar luistert.

Als Johny een jaar of tien later zijn eerste vriendin heeft, merkt die dat het moeilijk is om écht in contact te zijn met Johny. Johny organiseert leuke feestjes voor hen, maar uiteindelijk loopt de relatie stuk omdat zij zelf zich onzichtbaar voelt worden in de relatie.

Het voorbeeld van Johny laat zien hoe zijn hechtingsstijl een goede balans van geven en nemen in zijn relaties in de weg staat.


Je herinnert je misschien het hechtingskwadrant van het vorige artikel. Ik leg het nog even kort uit: horizontaal gaat het over iemands zelfbeeld (ik ben oké <-> niet oké) , verticaal over hoe iemand zich ten opzichte van anderen voelt (de ander is oké <-> niet oké).

Deze keer wordt het kwadrant wat uitgebreid. Het blijkt namelijk dat ook de mate waarin je bang bent voor verlating/afwijzing én de mate waarin je intimiteit zoekt of vermijdt samenvallen met de 4 hechtingsstijlen die worden onderscheiden. Anders gezegd: er is een overeenkomst tussen het gevoel hebben niet oké te zijn ('ik ben niet oké'/ negatief zelfbeeld) en angst om verlaten en afgewezen te worden. Gevoelsmatig vallen die termen (hieronder in zwarte en blauwe tekst) ook goed samen.

Met dit kwadrant is het makkelijker om te zien dat geven en ontvangen verstoord raken bij de drie niet veilige hechtingsvormen. Ik ga die drie kort bij langs, waarbij ik voor de leesbaarheid ook noem hoe het zit met zelfbeeld/beeld van de ander:

  • Gepreoccupeerd ('ik ben niet oké, de ander juist wel'): geven en ontvangen zullen uit balans kunnen raken doordat bij het geven de persoon vooral probeert de band met de ander te behouden en de ander te laten merken hoe belangrijk die is. Een concreet voorbeeld: een man die voor het eerst bij zijn collega thuis is uitgenodigd en bovenmatig veel cadeaus meeneemt voor zijn gastheer, gastvrouw en hun kinderen. Voor hem voelt het alsof hij de relatie moet 'verdienen'. Voor zijn gastheer levert dat juist een ongemakkelijke situatie op: om het geven/ontvangen met zijn collega in balans te krijgen zou hij meer moeten geven dan hij eigenlijk wil.

  • Afwijzend ('ik ben oké, jij niet'): geven en ontvangen zullen uit balans kunnen raken omdat de persoon het moeilijk vindt om iets te ontvangen. Dat ontvangen stelt hem immers in een afhankelijkheidspositie en kan een claim naar de toekomst betekenen om iets 'terug te moeten doen.'

  • Angstig ('ik ben niet oké en jij ook niet): geven en ontvangen zullen grillig kunnen verlopen. Bij het geven is de persoon onzeker: 'doe ik er wel goed aan? Is dit wel wat de ander nodig heeft? Wordt ik niet afgewezen als ik dit geef?' en bij het ontvangen is er eveneens onzekerheid: 'welke bijbedoeling heeft de gever?', 'dit kan niet goed bedoeld zijn.'

In de serie over geven en ontvangen is het uitgebreid gegaan over het grote belang van geven en ontvangen voor relaties. In voorgaande paragrafen stonden we er bij stil hoe geven en ontvangen de hechtingsstijl helpt vormen én omgekeerd: hoe de hechtingsstijl van invloed is op het geven en ontvangen.

Tot slot van dit artikel kijken we nog naar de vraag of je hechtingsstijl veranderbaar is én kijken we naar een mooie ervaring voor de buurvrouw van Jort en Marjo.


Kan je hechtingsstijl veranderen?

Aanvankelijk (bij de ontwikkeling van de gehechtheidstheorie door John Bowlby) werd gedacht dat je hechtingsstijl (die gevormd wordt in de vroegkinderlijke jaren) in principe onveranderlijk was. Die gedachte was ook niet zo vreemd. Bij onderzoek naar kinderen die in vroege jaren ernstige hechtingsverstoordheid ontwikkelden bleek dat deze kinderen op latere leeftijd zich ook problematisch gedroegen in relaties.

Als je hechtingsstijl écht niet veranderlijk is, heeft dat een sombere consequentie: als je eenmaal slecht gestart bent kom je nooit meer goed terecht. In jeugd- en pleegzorg komt men logischerwijs veel in aanraking met kinderen met een verstoorde hechting. Als een kind in een pleeggezin zich niet kan handhaven vanwege een eerder ontwikkelde hechtingsstoornis, welke hoop voor de toekomst is er dan nog als die hechting niet veranderlijk zou zijn?


Later onderzoek heeft echter aangetoond dat hechting gelukkig wel degelijk beïnvloedbaar is door nieuwe hechtingservaringen. Deze veranderingen kunnen zowel positief als negatief zijn. De aanvankelijk op jonge leeftijd ontwikkelde hechtingsstijl heeft wel een grote en blijvende invloed, maar de daadwerkelijk getoonde hechtingsstijl in relaties op latere leeftijd kan veranderen.


Die veranderbaarheid (dat wordt plasticiteit genoemd) van onze manier van relaties onderhouden biedt grote kansen en verantwoordelijkheden. Met je huidige relaties ben je (door geven en ontvangen) van invloed op de ontwikkeling van de ander én van jezelf. In het begin is dat puur verstandelijk en druist het wellicht tegen het eigen gevoel in. Bijvoorbeeld iemand die altijd het gevoel heeft gehad van weinig waarde te zijn voor anderen, kan er verstandelijk voor kiezen om tóch eens een bloemetje te kopen en een praatje aan te gaan met haar buurvrouw.


Hoe zo'n verandering er uit kan zien lees je in de volgende paragraaf waarin de buurvrouw van Jort haar verhaal doet.


Praktijk: de buurvrouw van Jort en Marjo

De buurvrouw van Jort en Marjo (die beiden al in diverse verhalen voorkwamen) doet haar verhaal: "Ik ben Johanna en ik ben 49 jaar. Ik wil graag vertellen wat er de afgelopen jaren in mijn leven is veranderd. Daarin spelen mijn lieve buren Jort en Marjo een grote rol, daar ben ik nu wel achter!

Ik woon hier al 30 jaar. In het begin met mijn ex, maar ons huwelijk strandde na drie jaar. Met de kennis van nu kijkend naar mijn huwelijk begrijp ik wel dat mijn ex en ik nooit hadden moeten trouwen, maar dat wisten we toen nog niet.

Om te begrijpen hoe ik geworden ben wie ik ben, is het goed kort wat te vertellen over mijn jeugd. Dat is geen fijn verhaal, dus sorry alvast...

Mijn moeder heeft mij nooit willen hebben. Ze was per ongeluk zwanger geworden terwijl ze al drie al oudere kinderen had. Ik heb het mijn hele jeugd moeten horen dat ik haar tot overlast was. Een last die toch al groot was, want mijn vader was vaak van huis (hij was kok op de grote vaart) en áls hij eens een paar dagen thuis was, was er letterlijk slaande ruzie tussen hem en mijn moeder.

Op school had ik vaak problemen. Ik werd gepest, maar durfde dat niet te vertellen thuis. Buiten school had ik graag willen sporten, maar mijn ouders vonden dat jammer van het geld en zeiden dat ik er niet het figuur voor had om te gaan sporten.

Toen ik 17 was ben ik bij een vriendje ingetrokken om maar bij mijn ouders weg te kunnen. Helaas was dat vriendje geen goede vriend. Toen ik ontdekte dat hij naast mij nog twee vriendinnen had en bij hem weg wilde, ontdekte ik dat hij mijn spaargeld had opgemaakt. Ik kwam terecht bij een andere man, met wie ik getrouwd ben, maar zoals gezegd: dat hadden we niet moeten doen. Hij leek in alles op mijn vader en ik ben blij dat hij na een paar jaar is opgestapt. Ik wist intussen wel dat mijn moeder in één ding gelijk had: ik was ongewenst en dat zou ook nooit gaan veranderen.

(Even tussendoor: welke hechtingsstijl herken je bij Johanna?)

Zo'n 8 jaar geleden zijn Jort en Marjo naast me komen wonen. Op hun eerste dag (echt waar...) kwamen ze al aanbellen. Ik heb ze gezien omdat ik achter het gordijn stond te kijken, maar ik heb toen niet opengedaan. Ik vond dat contact maar niets. Met de vorige buren had ik ook nooit contact. Na nog wat pogingen van hen om met mij contact te krijgen te hebben afgeslagen dacht ik dat het vanzelf zou ophouden, maar dat bleek anders te lopen. Na een jaar had ik lekkage in mijn huis. Mijn dakgoot was kapot gegaan en dat had schade gegeven bij mij én bij hen. Ik had een briefje bij hen door de deur gedaan met het nummer van mijn verzekeringskantoor, maar terwijl ik nog terugliep naar mijn huis ging de deur open en sprak Marjo me aan. Ze was niet boos, maar vroeg juist hoe erg de schade bij mij was. Ze was aardiger dan ik had gedacht en we stonden best een tijdje te praten.

Om het verhaal niet te lang te maken: in de weken daarna ben ik toch een keer bij ze binnen geweest voor een kopje koffie en is Jort een keer bij mij geweest om een lekkende kraan te repareren. Voor mij waren dat waardevolle contacten, want deze mensen leken echt in mij geïnteresseerd te zijn, maar ze drongen zich ook niet meer zo op (voor mijn gevoel).

Een flinke tijd later (in de tussentijd hadden we af en toe contact gehad) kregen ze hun eerste kind (Mia). Ik kreeg zelfs een geboortekaartje en heb ze een kaart gestuurd. Twee weken later ging de bel: het was Marjo die kwam vragen of ik Mia wilde zien. Wat een schattige baby was dat! Opnieuw was ik verbaasd dat deze mensen mij zomaar in hun leven toelieten. In de weken daarna ben ik diverse keren bij ze binnen geweest. In mij veranderde langzamerhand iets. Ik merkte dat ik niet meer zoveel afstand naar Marjo en Jort voelde en ik kreeg ook het gevoel dat ze me niet meer 'zo'n rare buurvrouw' vonden.

Voor ik dit stukje eindig moet ik nog één ding vertellen wat écht heel bijzonder was. Toen Mia een paar maanden was kwam Marjo vragen of ik een ochtendje op haar kon passen, want ze moesten samen naar een dokter. Ik was zo overrompeld door die vraag dat ik haar eerst vergat te antwoorden, maar toen ik over de verbazing heen was vroeg ik waar ik dat aan verdiend had. Marjo was verbaasd en zei dat ze het juist heel fijn zou vinden als ik het wilde doen en dat ik hen er een dienst mee zou bewijzen!

En daar zat ik dan: in hun huis terwijl Jort en Marjo weg waren. Ik had een stoel naast de box gezet en zat te kijken naar baby Mia die (geloof het of niet) zelfs even naar me lachte. Ik zat daar en ik voelde nog veel sterker dat er iets in me veranderd was. Ik voelde me overspoeld door hun vertrouwen en doordat ze mij notabene bedankten dat ik hen kwam helpen. Ik mocht iets voor ze doen en ze leken er echt blij mee! En ik voelde geluk... Ik keek naar Mia en ze gaf me weer een lachje. Bij mij kwamen de tranen....

Dankjewel Jort, Marjo en Mia! Jullie hebben me op weg geholpen om mensen (en mezelf...) weer te durven vertrouwen!"


De brief van Johanna, de buurvrouw van Jort, laat zien hoe iemand diep geraakt kan worden door ogenschijnlijk alledaagse dingen zoals 'gewoon' contact met je buren. Ken jij iemand in je omgeving aan wie jij kunt laten zien wat Jort en Marjo deden voor Johanna? Of voel je je zelf een beetje Johanna en heb jij mensen nodig om vertrouwen te herwinnen?


Tot slot

Je las al weer het 3e artikel in de serie over hechting. Ben je je bewust wat er in je brein gebeurt tijdens het lezen? Denk je aan anderen? Denk je aan je eigen situatie? Denk je vooral aan zaken uit het verleden of juist aan actuele onderwerpen? Of dwalen je gedachten af omdat de tekst je niet genoeg boeit? Laat het eens weten. Ik ben blij met de reacties die er regelmatig komen via e-mail, facebook etc. Die reacties zijn voor mij waardevol omdat ik ze gebruik bij het bijstellen van de vorm en inhoud van de toekomstige artikelen.


Volgende keer gaan we uitgebreider in op hoe je hechtingsstijl kan verschillen van persoon tot persoon en hoe dat er in de praktijk uitziet.

Geef dit artikel ook aan een ander! Of zou dat niet gepast zijn? Wat zou dat betekenen in de balans van geven en ontvangen tussen jou en die ander?...

Delen kan heel simpel met de icoontjes hieronder naar Facebook, Twitter, LinkedIN of als link die je bijv. kunt e-mailen.

Wil je updates per e-mail ontvangen als er een nieuwe blog is? Schrijf je dan hieronder in. Let op: de e-mails komen bij sommige mensen in hun map voor ongewenste-mail. Als je de afzender als 'vertrouwd' accepteert gebeurt dat niet weer. 
402 weergaven0 opmerkingen

Gerelateerde posts

Alles weergeven