De kracht van een ?
- Marnix

- 4 dagen geleden
- 6 minuten om te lezen
Na een best lange pauze kom ik eindelijk weer aan schrijven toe. Deze keer een praktische gesprekstip waarvan je in alle soorten gesprekken gebruik kunt maken.
Als er problemen zijn in een relatie is praten onmisbaar. Toch zijn er allerlei relaties waarin dat praten juist tot nieuwe teleurstellingen en verwijdering leiden. Denk daarbij niet alleen aan getrouwde mensen, maar ook aan relaties in de brede zin van het woord, dus ook (zoals in mijn praktijk) relaties tussen vaders, moeders, zonen en dochters die in een familiebedrijf samenwerken.

Wat gaat er dan mis? In een gesprek herhalen ze hun overtuigingen, verstevigen hun stellingen, maken hun oordelen kenbaar en bouwen zo aan hun pantser. Als beide gesprekspartners dat doen lijkt het gesprek meer op een schietpartij tussen twee forten, dan op een echte dialoog.
Voor een aantal relaties bleek een heel eenvoudig middel helpend om de gesprekken weer nieuw leven in te blazen. Door goede ervaringen ontstond de motivatie bij beiden om vaker en meer te gaan praten en verbinden. Het geheim? Vragen stellen⦠Het klinkt zo simpel, maar blijkt knap moeilijk. Wat maakt āeen vraag stellenā krachtig Ć©n tegelijk moeilijk? In dit artikel zoom ik daar op in. Wellicht helpt het je in je eigen relaties.
Een gesprek dat ontspoort
Eerst kijken we naar een voorbeeld (fictief, n.a.v. praktijksituaties) van een gesprek tussen een vader en zijn zoon met wie hij al 10 jaar samenwerkt in het familiebedrijf. Zoon (Z) is niet blij dat hij voor zijn idee te weinig verantwoordelijkheid krijgt. Zijn vader (V) vindt daarentegen dat zijn zoon eerst maar eens moet bewijzen dat hij het vertrouwen waard is. Een klein stukje uit hun gesprek dat niet goed afliep:

Z: we kunnen wel weer praten, maar dat eindigt toch altijd op dezelfde manier. Dan zeg jij weer dat ik het vertrouwen nog niet waard ben. Terwijl je eigenlijk moet zeggen dat je het bedrijf gewoon niet los kunt laten. Ik kan toch nooit aan jouw standaard voldoen, dus dit gesprek heeft geen zin.
V: Zie je nou! {En de vader kijkt mij overtuigd aan alsof ik als getuige nu eens kan zien hoe het er aan toe gaat}  Dit is nu precies wat ik al gezegd heb. Mijn woorden worden door jou altijd verdraaid. Als jij nou eens je beeld van mij aanpast, dan ga je wellicht ook wat respectvoller tegen mij praten. Dat is typisch iets van jouw generatie, dat onbeschofte! Net als gisteren in de kantine, waar ik notabene jou een compliment ging ⦠{Hij wordt onderbroken door zijn zoon die nogal verontwaardigd reageert}
Z:⦠NOU moet je ophouden dat er bij te halen! Jouw generatie voelt zich beter dan mijn leeftijdsgenoten. Ook jij voelt je superieur en ik doe het weer fout. Jij probeert iedereen de ogen dicht te strijken⦠Want dat compliment dat je mij ging geven, was eigenlijk vermomde kritiek. Je wist dat ik niet zelf die kwartaalrapportage had gemaakt, maar Jonathan {de administrateur} en iedereen wist dat. Dus toen je mij er een compliment voor gaf, zei je eigenlijk dat ik voor spek en bonen mee doe.
V: Onzin! Hoe haal je het in je hoofd. Ik vind al jaren dat je echt serieus bijdraagt aan het bedrijf, maar jij wilt dat niet horen en gaat, zelfs als er ander personeel bij is, mij verwijten maken. Ik schaam me regelmatig te pletter voor jou.
Z: Zie! {En ook hij kijkt naar mij: ik ben kennelijk nodig als getuige} Zo praat hij zichzelf altijd weer goed en geeft mij de schuld van de problemen. En tegen zijn vader: Jij geeft me wéér dat rotgevoel dat ik altijd krijg in gesprekken met jou! Maar ik ben het zat. Kennelijk wil je zonder mij verder, maar durf je dat niet te zeggen. Nou, dan stap ik zelf wel op.  {En hij stapt inderdaad op en vertrekt}.
Er is weinig fantasie voor nodig om te bedenken dat dit gesprek voor zowel vader als zoon niet naar tevredenheid is verlopen. Wat gaat er mis? En vooral: zijn er mogelijkheden dit beter te laten verlopen?
Waarom we geen vragen stellen
Het stellen van een vraag brengt risico met zich mee. Je kunt een antwoord ontvangen dat jouw beeld van de ander ontregelt of dat je raakt. Een vraag is een vorm van geven: je geeft de ander ruimte om iets van zichzelf te laten zien. Maar wanneer iemand al gekwetst is, voelt geven onlogisch, zelfs onveilig.
Dat raakt twee belangrijke weerstanden:
Angst
De angst dat het antwoord nog pijnlijker is dan het vermoeden dat je al had.
De vader kan (onbewust) de angst hebben: āAls ik vraag hoe het met onze samenwerking gaat, hoor ik misschien dat hij liever zonder mij werkt.ā
Gekwetstheid en destructief recht
In relatie kunnen er allerlei kwetsuren zijn ontstaan door eerdere gesprekken die niet goed liepen. Op deze blogsite kun je heel wat artikelen vinden over het zogenaamde 'destructief recht'. Als iemand zich bijvoorbeeld niet gezien voelt door de ander, kan deze denken: āOmdat jij mij niet ziet, hoef ik jou ook niet te zien.ā Een vraag stellen lijkt dan alsof je de ander een cadeau geeft dat deze niet verdient. Zo blijven mensen in hun eigen loopgraven. En hoe langer ze daar zitten, hoe meer het beeld dat ze van elkaar hebben verarmt. En zo lokt het ene onrecht het volgende onrecht uit. Een ketting die heel wat schade kan toebrengen.
Het beeld van de ander in je hoofd
Iedere relatie bestaat uit twee werelden: wie de ander werkelijk is, en wie de ander in jouw hoofd is. Dat innerlijke beeld bepaalt hoe je luistert, reageert, interpreteert, oordeelt ā en vooral hoe je voelt. Als iemand iets zegt dat niet past bij dat beeld, kun je grofweg drie dingen doen:
oordelen,
je terugtrekken, ...of...
een vraag stellen.
Door een vraag laat je het gesprek echt tussen jullie plaatsvinden: in de tussenruimte. In plaats van dat het gesprek eigenlijk in je eigen hoofd plaats heeft en je de ander niet wezenlijk ziet. Een vraag is als een lijntje dat je naar de ander gooit, waarmee je zegt: āHelp mij om jou te zien zoals je werkelijk bent.ā
Ons praktijkvoorbeeld: vader en zoon
In het gesprek waar we mee begonnen, werden vooral verwijten uitgewisseld:
āJij bent niet respectvol.ā āJij neemt mij niet serieus.ā āPraten met jou heeft toch geen zin.ā
Geen van beiden stelt een echte vraag. ('Hoe haal je het in je hoofd?!' klinkt als een vraag, maar is vooral een verwijt). Ze verbinden niet, ze toetsen niets ā ze herhalen slechts hun eigen conclusies. De onderlinge beelden zijn hard geworden; bijna karikaturen.

Tot de dag dat ze ā aarzelend ā beginnen met vragen. Eenvoudige vragen, maar wel echte:
āWat bedoel je precies wanneer je zegt dat jij het altijd fout doet?ā
āWat heb jij van mij nodig om samen te kunnen werken?ā
āHoe kijk jij eigenlijk naar onze samenwerking en de overdracht?ā
De gespreksdynamiek verandert bijna onmiddellijk. Niet omdat alles nu makkelijk is, maar omdat het beeldĀ van elkaar weer mag veranderen. Hun vragen openen ruimte voor nuance, voor erkenning, voor eerlijkheid ā en vooral voor het besef dat beide mannen niet kwaadwillend zijn, maar onzeker, gekwetst, zoekend.
Het stellen van een vraag markeert het moment waarop een muur verandert in een deur.
Wat een vraag mogelijk maakt
Een goede vraag:
opent informatie die anders verborgen blijft,
laat zien dat je de ander belangrijk genoeg vindt om te willen begrijpen,
doorbreekt destructief recht,
herstelt een stukje balans in geven en ontvangen,
en maakt erkenning weer mogelijk, die enorme relationeel-ethische krachtbron.
Een vraag is daarmee geen zwaktebod, maar een vorm van moed. Het is de keuze om niet langer vanuit de bunker te schieten, maar vanuit de menselijkheid te spreken.
Hoe begin je?
Je hoeft niet meteen een groot gesprek te voeren. Soms begint het met ƩƩn eenvoudige vraag:
āWat raakt jou hierin?ā
āHoe kijk jij hiernaar vanuit jouw kant?ā
āWat had jij op dat moment nodig?ā
āWat zie ik misschien over het hoofd?ā
De kunst is niet om briljante vragen te stellen, maar om oprecht nieuwsgierig te durven zijn.
Een uitnodiging
Misschien zijn er ook in jouw leven gesprekken waar je al lang geen vraag meer hebt gesteld. Misschien houd je jezelf tegen uit angst, of omdat je gekwetst bent. Dat is begrijpelijk. En misschien is juist dƔƔr, op dat punt van schroom, het begin van herstel te vinden.
Want een vraag is geen aanval. Het is een uitgestoken hand. En soms is dat de enige brug tussen twee mensen die elkaar eigenlijk nog steeds zoeken.
Een vraag is geen aanval. Het is een uitgestoken hand.
Wil je eens wat delen over hoe jouw gesprekken goed lopen, of juist moeilijk verlopen? Mail me op contact@tussenikenjij.nl
Nog even iets belangrijks...
Vond je dit artikel het lezen waard? Deel het aub. Deze blog wordt bekender als jij daarin een handje helpt. Intussen komen er ook nieuwe lezers via Google zoekopdrachten, maar mond op mond reclame werkt nóg beter. Bedankt alvast als je wilt delen!
Delen kan heel simpel met de icoontjes hieronder naar Facebook, X, LinkedIN of als link die je bijv. kunt e-mailen.
Wil je updates per e-mail ontvangen als er een nieuwe blog is? Schrijf je dan hieronder in. Let op: de e-mails komen bij sommige mensen in hun map voor ongewenste-mail. Als je de afzender als 'vertrouwd' accepteert gebeurt dat niet weer.





Mooi blog Marnix; ik heb het met interesse gelezen. Het valt inderdaad niet mee om jezelf en je eigen gedachten en meningen aan de kant te zetten en je echt te verdiepen in de ander, je echt af te vragen hoe die ander de dingen ziet enz. Dat vraagt om een liefdevolle houding, en dat valt in dergelijke situaties niet altijd mee. Mooi dat je mensen daarmee kunt helpen.