top of page
  • Foto van schrijverMarnix

Geven en nemen (7 van 7) - hoe zit dat in jouw en mijn leven?

Bijgewerkt op: 20 nov. 2021

Wat kun jij nu concreet in je dagelijks leven met de balans van geven en nemen? In dit laatste artikel in deze serie ga ik in op een aantal vragen en geef ik een voorbeeld van toepassing van de theorie in mijn eigen leven.

Is dit het 1e artikel uit deze serie dat je leest? Dan raad ik je aan de serie vanaf het begin te lezen. Je vindt het eerste artikel hier.

Ik heb diverse reacties gekregen van mensen die niet alleen de artikelen lezen, maar de inhoud ook steeds meer beginnen te herkennen in het dagelijks leven of de opgedane inzichten zelfs gebruiken in gesprekken binnen hun relatie(s). Dankjewel!

Vind je het vreemd dat ik dankjewel zeg? Ik ervaar het als geven als de artikelen worden gelezen en mensen het doorgeven aan anderen of vertellen er zelf wat aan te hebben. Dat vind ik het interessante aan geven en nemen: iets krijgen is fijn, maar van geven wordt je ook minstens zo blij! Bij geven en nemen gaat er niet iets eindigs naar de ander wat de gever dan kwijt is, maar als het goed is ontstaat er door geven en ontvangen bij beiden juist iets positiefs. Wát dat 'iets' is, daar hoop ik je in dit laatste artikel nog meer zicht te geven. Neem als startpunt maar even de klassieke scene van de man die een mooie bos bloemen aan zijn vrouw geeft. Fysiek gaat er een bos van de man naar zijn vrouw, maar na afloop hebben béiden iets gekregen wat hun relatie onderstreept. Dát maakt geven en nemen zo de moeite waard om er meer aandacht aan te schenken. De balans van geven en nemen is zoveel meer dan een 'berekende' transactie. Let's go!


Geven en nemen: bepalend voor ons doen en laten

Misschien is het denken in een balans van geven en nemen nieuw voor je geweest. Tegelijk: ik weet dat er ook lezers zijn die er al vele jaren mee bezig zijn en opleidingen hebben gevolgd waarin dit aan bod kwam en er toch met plezier weer meer bewust mee bezig zijn gegaan. Ik ben er van overtuigd dat het voor alle mensen zinvol is om regelmatig door de bril van de balans van geven en nemen te kijken naar hun relaties. Niet alleen als er problemen zijn, maar ook als het goed gaat in een relatie.

Waarom is dat zinvol? Omdat ons doen en laten voor een belangrijk deel bepaald wordt door de balans van geven en nemen. Als iemand credits ('verdienste') heeft opgebouwd bij jou, ben je bereid meer negatieve zaken te incasseren van die persoon (je kunt 'meer van hem hebben'). Bovendien ben je bereid meer te willen doen voor die persoon. En om het nog groter te maken: dat geldt niet alleen tussen jou en personen, maar zelfs tussen jou en organisaties/groepen. Kijk maar eens naar het volgende voorbeeld.

Ik was een tijdje geleden al maandenlang klantvriendelijk geholpen door een bedrijf dat internet levert. Ze besloten dat er een monteur moest langskomen. Die kwam bijna een uur te laat, waardoor ik onnodig mijn hele middagprogramma (inclusief slapen) had aangepast. Toch kon ik meer begrip opbrengen voor zo'n situatie dan in het geval van de stroomleverancier die me al bijna een jaar slechte service levert. Dan is de monteur die 'ook al weer te laat komt' de befaamde 'druppel die de emmer doet overlopen'. Weer zo'n uitdrukking in ons taalgebruik waaruit blijkt dat het denken over een balans van geven en nemen ons echt niet vreemd is. In beide gevallen is het feit 'de monteur komt te laat' exact hetzelfde en je hebt ook nog geen enkele relatie opgebouwd met die ene monteur. Toch is dus de verdienste (de credits) uit de organisatie al van invloed op de balans van geven en nemen tussen jou en die monteur.

Ik noem je nog een ander praktijkvoorbeeld dat ik onlangs las in een krant. Het toont hoe ons handelen wordt bepaald door de balans van geven en nemen. Het gaat over een IC verpleegkundige die vertelde hoe het nu gaat qua werkdruk na ruim een jaar Covid-zorg. Ze legt uit dat ze vorig jaar bereid was vakantiedagen te laten schieten en door te gaan met werken omdat de nood zo hoog was op de IC. Dat is dus geven. Hoe kwam ze daartoe? Door alle steun uit de samenleving voelde ze zich 'gezien' en wilde ze dit doen. Dat zijn dus de credits die 'de samenleving' had opgebouwd.

En nu een jaar later? Omdat veel mensen uit diezelfde samenleving die vorig jaar credits opbouwde de coronaregels niet meer serieus nemen, de zorgbonus met veel gedoe gepaard gaat en er niet meer zoveel waardering te zien is voor haar werk, is zij nu niet meer bereid haar vakantiedagen op te offeren. Voor haar heeft de verandering in de balans van geven en nemen dus direct effect op haar doen en laten: ze is niet meer bereid de planner van haar afdeling te hulp te schieten voor het oplossen van de roosterproblemen.


Maar we kunnen nog een stap verder gaan. Leuk hoor, om vast te stellen dat die balans dus invloed heeft op ons doen en laten. Maar kún je daar wat mee? Of blijft het bij een waarneming en vergroot het alleen je zicht op de situatie? Het korte antwoord is: door meer te leren denken over geven en nemen kun je je eigen keuzes en gevoelens beïnvloeden op het moment zelf, waardoor situaties anders gaan lopen en relaties positief beïnvloed kunnen worden.

In de volgende paragrafen zie je telkens een vraag (een deel van die vragen is door lezers gesteld, andere zijn bedacht op basis van gesprekken die ik zelf heb gehad) waarbij de persoon geholpen wordt om zelf tot andere keuzes te komen op basis van een balans-analyse. Ik ben benieuwd welke voorbeelden jou op ideeën brengen over situaties in je eigen leven.


Vraag: "Ik help vaak met koffie schenken in onze kerk. Ik word boos van anderen die nooit helpen. Hoe kan dat?"

Introductie: de situatie van deze vraagstelster kan overal voorkomen: er moet een taakje worden opgepakt waarvan niet direct duidelijk is wie aan de beurt is. Of het nu gaat om sportkleding van het voetbalteam uitwassen of zoals bij de vragenstelster: koffie schenken in de kerk, het patroon is vaak dat bepaalde mensen zo'n taak snel oppakken en anderen nooit. De vraagstelster merkt dat ze boos wordt dat anderen nooit helpen.

Laten we dat met de balans van geven en nemen bekijken. Als je kiest koffie te gaan schenken geef je. Maar aan wie? Aan alle mensen die vervolgens koffie krijgen? Of aan de mensen die liever niet wilden en nu ook niet hoeven? Ik bedoel: misschien zijn er wel mensen die het liever niet wilden doen en jij geeft aan hen door hen van die lastige keuze af te helpen: nu hoeven ze ook niet meer. Of geef je aan jezelf omdat je je schuldig voelt als je het aan anderen over laat...?

Het feit dat je je boos voelt op mensen die 'niets' doen kan een aanwijzing zijn dat je jezelf niet vrij voelt in je keuze en anderen daarvoor aansprakelijk wilt stellen. Het geven kan ongepast zijn en niet in balans. Je geeft ook aan dat je je boos voelt op sommigen. Naast dat het dus de moeite waard is te bedenken voor wie je het doet, kan het ook helpen te bedenken hoe de balans is met die persoon/personen op wie je je boos voelt. Als je teveel geeft / te weinig krijgt, kun je overwegen om eens minder of niet te geven. Niemand verplicht je toch om op dat moment te gaan koffie schenken? Dat besef: dat het altijd écht je eigen keuze is wat je doet op zo'n moment, is soms nogal pijnlijk. Het lijkt gemakkelijker om boos te zijn op die hele groep die 'nooit wat doet' en daaruit de genoegdoening te halen dat jijzelf gelukkig beter bent. Maar stel je eens voor dat er een andere vrouw is die denkt: "ik zou ook wel eens willen helpen, want het ziet er gezellig uit in de keuken", maar jij bent haar altijd voor waarna zij denkt: "ik laat haar haar gang maar gaan". Dan denken jullie allebei aan elkaar te geven. Jij geeft door te gaan helpen en zij geeft aan jou door jou de ruimte te laten om dat te doen! Alleen weten jullie het beiden niet van elkaar en krijgen jullie er beiden geen erkenning voor.

Een paar kernachtige uitspraken die wellicht kunnen helpen in een situatie zoals deze:

  • Andere mensen maken je niet boos. Dat is je eigen gevoel. Dat kan best te maken hebben met doen en laten van anderen, maar het blijft jouw gevoel. Dat klinkt misschien best wel hard als je het zo leest. Dát je dat gevoel hebt is namelijk wél naar voor je en ook echt heel goed dat je er iets aan wilt doen. Het (misschien wat ongemakkelijke) besef dat je gevoel altijd jouw gevoel is, kan juist helpen om er vanaf te komen. Dus vandaar deze misschien wat ongemakkelijk aanvoelende eerste opmerking;

  • Als je geeft, geef dan in vrijheid. Geven wat niet in vrijheid gebeurt kan door manipulatie van een ander worden veroorzaakt. Wie vindt er iets van als jij een keer niet helpt? Wat zou je tegen die persoon kunnen zeggen?

  • Twee tips voor als je een balans niet rechtvaardig vindt voelen.

  1. Verander wat je er zelf aan kunt doen. Stop eens met geven bijvoorbeeld. Als de vraagstelster een volgende zondag kiest om eens niet koffie te gaan schenken zou het zomaar kunnen zijn dat een ander in dat 'gat' springt en er mogelijk zelfs blij mee is. Het geeft je altijd meer zicht op de dynamiek van de balans.

  2. Als het kán: zeg wat jij er van vindt tegen mensen die daar wat mee kunnen. Zelfonthulling (vertellen wat er in je om gaat) kan je zelf opluchten én geeft de ander(en) de mogelijkheid om passend te geven. Bijvoorbeeld: kies iemand uit waarvan je weet dat die er vaak is, maar niet helpt en waarbij je je wel vertrouwd voelt. Je zou dan kunnen zeggen: "Weet je, het klinkt misschien stom en het zit ook in mijn hoofd, maar ik wil er graag eens met je over praten dat ik in de praktijk bijna altijd in de keuken sta koffie te schenken. Dat voelt voor mij niet fijn. Ik zie jou daar veel minder. Hoe vind jij dat en hoe doe jij dat?"


Vraag: "Waarom voel ik me soms teleurgesteld na het geven van een presentatie? Alsof er iets mist?"

Een vraag uit mijn eigen leven. Ik merkte dat ik me soms teleurgesteld voelde na het geven van een presentatie. Het verliep prima, mensen waren tevreden en zeiden dat ook. Maar toch had ik het gevoel dat er iets niet was waargemaakt.

Door de bril van de balans van geven en nemen op te zetten werd me duidelijk wat er aan de hand was. Ik had dérmate veel tijd en aandacht in de presentatie gestopt en was daarbij over grenzen van mezelf gegaan. Toen ik mezelf de vraag stelde wat de anderen hadden kunnen geven dat het wél goed zou zijn geweest kon ik het zelf niet eens bedenken. Conclusie: ik gaf teveel en zette daarmee de ontvangers in een onmogelijke positie. Het was niet hún 'schuld' dat ik te weinig kreeg voor mijn inzet, maar ik had het zelf in de hand. Dat maakte ook de oplossing duidelijk: niet dermate veel geven qua tijd/inzet dat het voor mijzelf al teveel voelde. Dat blijkt in de praktijk een werkwijze die iedereen (inclusief mijzelf) tevreden stelt.

Herken je zo'n situatie? Dat je je (te) veel inspant om een feestje te organiseren, een taart te maken, een offerte te maken of wat ook maar en dat je na afloop merkt dat de reactie van de ander (ondanks dat die positief was) je nog achterlaat met een onbevredigend gevoel. In de eerdere artikelen ging het al over ongezien geven. Feitelijk is die 'bovenmatige' inspanning die je levert een risico op ongezien geven. Wetend dat ongezien geven een risico voor de relatie is, is iedereen er dus bij gebaat om passend te geven.


Vraag: "Als we met onze zoon en dochter praten over het overdragen van ons familiebedrijf aan hen, blijft er achteraf bij mij en mijn vrouw een rotgevoel dat we het ze opdringen en dat ze het om ons doen."

Voor deze vraag van een stel ouders die in gesprek zijn met hun oudste zoon en dochter over de overname van het bedrijf, wil ik je vooral verwijzen naar het vorige artikel (nummer 6 in de reeks) waarin een gesprek tussen Jort en zijn vader Bernard is uitgewerkt over de overdracht van het familiebedrijf. Maar er is nog (kort) wat meer over te zeggen. Het onderwerp achter deze vraag is zo groot dat er later nog een serie artikelen over overdracht van familiebedrijven zal verschijnen. Een paar punten wil ik wel aanreiken:

  • Het rotgevoel is jullie rotgevoel. Het kan goed zijn dat je zoon en dochter er heel anders over denken. Zou het jullie rotgevoel minder maken als je wist dat zij juist de volgende dag tegen hun partners zeggen hoeveel geluk ze hebben dat ze deze kans krijgen? Ook hier is zelfonthulling wel een sleutel om te gebruiken. Als je bij jezelf blijft in je bewoordingen en in een gesprek onder woorden brengt hoe jij het ervaart en daarna de vraag stelt hoe zij er in staan, is er een kans (mits de relatie open genoeg is) dat je te weten komt hoe de realiteit is. Dat maakt passender geven en ontvangen mogelijk.

  • Misschien komt jullie gevoel doordat je als overdrager teveel aan het trekken bent. Je wilt té graag geven (je geeft immers de overname-kans), maar door het té graag willen geven wordt je geven juist nemen! Het klinkt misschien hard, maar je neemt hen een stukje vrijheid om te kiezen af (mits ze die vrijheid dan ook bij je inleveren). Neem in een volgend gesprek eens minder initiatief (ook al ben je dat als bedrijfseigenaar altijd zo gewend geweest), realiseer je dat jullie en jullie kinderen dit allemaal voor het eerst doen in je leven en laat ruimte voor initiatief vanuit hen. Daar is nog een reden voor, lees maar verder:

  • Uit onderzoek naar succesvolle overdracht bij familiebedrijven blijkt dat juist een aandringende opvolger een veel grotere kans op een goede overdracht biedt dan een te veel trekkende overdrager. Feitelijk geef je aan hen én aan een succesvolle overdracht (die je zelf ook wilt) door juist ruimte te laten voor initiatief en aandringen vanuit hen. En er is nog een punt:

  • In geven en nemen is het belangrijk dat er wordt gegeven wat de ontvanger wil ontvangen. Kinderen hebben van nature de neiging hun ouders te willen geven op basis van de bloedband (dat is in eerdere artikelen ook beschreven (zie bijv. dit 5e artikel in deze serie). Misschien is je gevoel een goede indicator dat ze het inderdaad 'om jullie' doen. Dat mág best een rol spelen, maar als ze daarbij hun eigen vrijheid inleveren is dat een gift waarmee ze zowel jullie als ook zichzelf uiteindelijk geen dienst bewijzen. Dat kan grote gevolgen hebben. Ik ken mensen die zich tientallen jaren ongelukkig hebben gevoeld omdat ze 'om de lieve vrede' het bedrijf van hun ouders overnamen, maar nooit toekwamen aan hun 'eigen' leven. Dat had niet alleen effect op levensvreugde, maar het maakte ze destructief gerechtigd omdat ze veel meer gaven dan passend was in de relatie. En dát had dan weer effect op hun eigen gezin, vriendschappen etc.

  • Kortom: heel goed om deze vraag zeer serieus te nemen en nu niet te forceren wat een verwoestend effect op de komende generatie(s) kan hebben. Dat klinkt wat dramatisch, maar ik doe dat bewust omdat ik regelmatig heb gezien hoe ook de omgeving (een accountant, een bedrijfsleider etc.) kunnen 'pushen' om de overdracht snel te laten plaatsvinden. Er zijn bedrijven overgedragen waarbij de kinderen vrijwel niets wisten, maar op een gegeven moment even bij een gesprek met de accountant werden gehaald en daarna eigenaar waren van een deel van het bedrijf. In die balans van geven en nemen gaat dan wat mis wat (vaak) grote gevolgen heeft.

Een korte toelichting over het onderwerp familiebedrijven: in mijn adviespraktijk Remember geef ik ook regelmatig advies over relaties binnen familiebedrijven. Dat doe ik deels in samenwerking met ProMissie: een adviesorganisatie voor familiebedrijf en bedrijfsoverdracht.


Vraag: "hoe kan het dat ik na verloop van tijd minder bereid wordt om de straatkrantverkoper iets te geven?"